bedrijfshulpverlening cursus

 
De Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang treedt per 1 januari 2018 in werking. Demissionair minister Lodewijk Asscher heeft voor sommige maatregelen uitstel verleend. Wat gaat er wél veranderen per 1 januari 2018?

Pijler: De ontwikkeling van het kind staat centraal

Maatregel: Concretisering pedagogische doelen in pedagogisch beleid
In de wet zijn de vier pedagogische doelen van Riksen-Walrave opgenomen als definitie van ‘verantwoorde kinderopvang’. Die pedagogische doelen zijn: het bieden van emotionele veiligheid; het bevorderen van de persoonlijke competentie; het bevorderen van de sociale competentie; de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde normen en waarden. Deze doelen worden in het pedagogisch beleidsplan concreet uitgewerkt en zijn zichtbaar in de praktijk.

Maatregel: Elk kind een mentor 
Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. De mentor werkt op de groep waar het kind is geplaatst. Zij volgt de ontwikkeling van het kind, is het eerste aanspreekpunt voor ouders (en in de BSO ook voor het kind).

Maatregel: Structureel volgen ontwikkeling
Pedagogisch medewerkers hebben ieder kind ‘in beeld’ en volgen het in zijn ontwikkeling. Zo kunnen ze aansluiten bij de ontwikkeling van het kind en het stimuleren de volgende stap te zetten. Een kindvolgsysteem is niet verplicht, wel een planmatig volgen en registreren.

Pijler: Veiligheid en gezondheid

Maatregel: Actueel beleid veiligheid en gezondheid
In het beleid worden grote risico’s onderkend en worden maatregelen getroffen. Ook wordt beschreven hoe kinderen geleerd wordt om te gaan met kleine risico’s. Het beleid en het daarbij behorende plan van aanpak wordt ontwikkeld samen met de pedagogisch medewerkers.

Maatregel: Kinder-EHBO
Op iedere kinderopvanglocatie moet tijdens openingsuren altijd minimaal één volwassene aanwezig zijn die beschikt over een gecertificeerd ‘kinder-EHBO’ diploma.

Pijler: Stabiliteit en meer ruimte voor pedagogisch maatwerk

Maatregel: Maximaal twee vaste gezichten voor 0-jarigen 
Aan een kind worden twee vaste pedagogisch medewerkers toegewezen. Op de dagen dat het kind komt, is altijd minimaal één van deze twee pedagogisch medewerkers werkzaam. Voor kinderen met flexibele dagen geldt het ‘vaste gezichten-eis’ niet.

Maatregel: Maximaal drie uur per dag afwijken van BKR 
Bij aaneengesloten openstelling van tien uur of meer per dag kan maximaal drie uur per dag worden afgeweken van de vereiste BKR. Daarbij wordt minimaal de helft van de vereiste BKR ingezet. In het pedagogisch beleidsplan wordt opgenomen op welke tijden wel en op welke tijden niet wordt afgeweken van de BKR.

Maatregel: Inzet anders gekwalificeerden in de bso 
Er wordt een verruiming beoogd van de kwalificaties waarmee je in de bso kunt werken als pedagogisch medewerker. Dat betekent dat de lijst in de Cao (mogelijk) wordt uitgebreid.

Pijler: Kinderopvang is een vak

Maatregel: Niveau 3F voor spreekvaardigheid 
Pedagogisch medewerkers moeten beschikken over niveau 3F voor spreekvaardigheid. Voor de invoering wordt een ruime ingroeiperiode gehanteerd.

Maatregel: Scholing voor pedagogisch medewerkers die werken met 0-jarigen 
Het werken met baby’s vraagt om specifieke expertise. Pedagogisch medewerkers die met baby’s werken, moeten hiervoor aanvullende scholing krijgen.

Maatregel: Taaleisen meertalige opvang 
Ook aan het taalniveau van niet-Nederlands sprekende pedagogisch medewerkers in de meertalige opvang (Engels, Frans, Duits) worden eisen gesteld. Dit wordt uitgewerkt in de Ministeriële regeling.

Maatregel: Geen formatieve inzet vrijwilligers 
Vrijwilligers mogen niet langer formatief worden ingezet. Ze tellen dus niet mee in de berekening voor de BKR.

Maatregel: Opleidingsplan 
In het opleidingsplan moet worden beschreven hoe wordt ingezet op de ontwikkeling en kennisverbreding van pedagogisch medewerkers, en hoe dit wordt geconcretiseerd in de praktijk.

Maatregel: Beperkte formatieve inzet BBL’ers en stagiaires 
Bij formatieve inzet van beroepskrachten in opleiding (BBL’ers / BOL-stagiaires) wordt rekening gehouden met de opleidingsfase. De Ministeriële regeling zal (waarschijnlijk) naar de Cao verwijzen om dit verder uit te werken, maar wel als restrictie stellen dat maximaal 33% van de formatief benodigde inzet uit beroepskrachten in opleiding mag bestaan.

Maatregel: Permanente educatie 
Om de ontwikkeling van pedagogisch medewerkers te stimuleren, wordt gestreefd naar een landelijk systeem van permanente educatie. Deze maatregel uit het akkoord IKK is niet opgenomen in de AMvB of in de Ministeriële regeling. Het is belegd bij Cao-partijen.

Overige maatregelen

Zoals eerder genoemd, wordt een aantal maatregelen per 1 januari 2019 van kracht.

Dat gaat om:
a. Wijzigingen in de BKR: 0-jarigen 1 : 3, 7-13 jarigen 1 : 12, 4-13 jarigen 1 : 11
b. Pilots Innovatieve opvang
c. Inzet pedagogisch beleidsmedewerker voor beleidsontwikkeling en coaching pedagogisch medewerkers (kwalificatie-eisen worden in de Cao geregeld).

 
   « Artikelen overzicht